Van 5 tot en met 15 juni 2026 plannen De Ritsers weer een unieke fietstocht. Na de verschroeiende hitte op de Etna en de Vesuvius in 2025 zoeken we koelere oorden op in 2026. We doorkruisen we Ierland vanuit Dublin via Kilkenny richting de Wild Atlantic, fietsen door de Connemara om vervolgens Europa te verlaten en de cycling sfeer op te snuiven in Noord-Ierland. De 2 laatste dagen doen we de net-te-missen hot spots aan: eerst Belfast en we eindigen in Dublin waar in Temple Bar de Guinness vlot zal vloeien om onze prestaties na 8 dagen fietsen te vieren.
Het is de laatste, van een 9-daagse Palermo-Napoli met temperaturen die dagelijks boven de 40 graden klommen, een zware tocht ook met mogelijk toch weer te veel hoogtemeters maar wat hebben we er van genoten. 17 cyclisti en een bewonderenswaardige begeleider, ons aller Leo de 14de. Hulde!
Amalfi richting Napoli langs de kust, het is zaterdag maar zoals altijd bijzonder druk. Bij wijlen laveren tussen wagens en brommers die hun toeter amper rust bieden. De landschappen zijn adembenemend, maar het gaat best flink omhoog. 700 hoogtemeters op iets meer dan 30km. Het is 11u en mijn Garmin geeft al 42,8 graden aan. Bijna missen we de eerste afslag maar ons aller San Marko had dat voelen aankomen en roept ons de juiste weg in naar Pompei..De grote leider Hans en Leo hebben op de middag een aardig resto gevonden waar we ons meer dan te goed doen aan pasta pomodore en aqua. We worden door onze leiders gewaarschuwd ‘niets speciaals te nemen’. Ik vermoed dat ze daarmee vooral de dokteur viseerden 😉
Het is niet ver meer naar de ultieme klim, de Vesuvius. En die begint razend moeilijk met kilometers aan 12 procent. Er is amper schaduw en bloedwarm. De Vulkantocht doet wat het beloofd had: er schieten vlammen uit het wegdek. Christophe en ik houden het voor bekeken en draaien bij de splitsing terug richting Napoli. Karma volgt want mijn maat rijdt na 900km op 3km van de eindbestemming plat, voor de eerste keer. Tijdens de Balkantocht vorig jaar had hij liefst 3 lekke banden. De rest bolt verwoed door. De truck raakt niet verder en draait dan ook terug naar het eindhotel aan de Napolitaanse haven. Inmiddels brandt de strijd los tussen de rappen. Ze zijn met vier. Wie haalt het? Kim blaast zich op en moet tevreden zijn met de 4de stek. Onze Hollander Chris pakt brons. De strijd tussen Jelle en Michel is heftig. Jelle was meteen enkele honderden meters weg, Michel haalt hem telkens bij waarop Jelle opnieuw demarreert. (X3 of x4). Op een km van het einde pakt Michel zelf het initiatief. Jelle blijft zitten. De winnaar is bekend.
Onze ouderdomsdeken, op weg naar z’n 71ste, Luc dus, gaat jammer genoeg in de bocht naar beneden onderuit en loopt toch nog een lelijke wonde op. Dat wuift Luc uiteraard helemaal weg.
Iedereen is wat blij dat de eindbestemming bereikt is. Maar wat een avontuur weer. Bubbels en bier aan de pier. Het was niet evident maar wat een geweldige 9-daagse was dit weer! We kijken al uit naar 2026! Dank aan iedereen die er bij was, erbij had kunnen zijn (Maritza) en vooral aan voortrekker Hans, topbegeleider Leo, parcourtekenaars Kim en Michel, restaurantreservator Kim en hotelboeker Paul. Het was een grandioze editie!
‘Het scheelde niet veel…’ zo whatsappte onze grote leider Hans donderdagavond rond 22u. Zijn stuurvork was stuk, dat wist je al, maar toen hij samen met Leo naar de bagage- en proviandtruck liep om z’n herstelkistje te halen stond de lichtevracht Vermeirsch al aan de haak van een takelwagen, gemonsterd door de Carabinieri. Dat werd dus onderhandelen: 100 euro voor de takelaar en 30 euro boete voor de politie (dat Leo gebaarde dat hij ook bij de Carabinieri in Herentals de grote baas was maakte niet echt veel indruk). Wat voorafging: Leo had de fietstruck aanvankelijk bij onze Albergo geparkeerd, maar was die dan toch maar gaan verzetten, samen met iemand die ik liever niet bij naam vernoem maar hij doet iets in de bouw. Toen ze wat verder stonden vroeg deze laatste aan een politie-agent of ze daar mochten staan. Die mompelde iets in onverstaanbaar Engels ‘Op eigen risico’ of was het ‘je moet een ticketje nemen’. In elk geval waren de stadsdiensten precies die avond van plan de straat te asfalteren waar onze vrienden hun truck hadden geplaatst. Het had niet veel gescheeld of hij was weggetakeld en onze hele programma voor vandaag lag overhoop. Goed dat Hans z’n stuurvork dus kapot was, dat bleef het overigens zodat Leo en Hans aan elkaar gekluisterd in de camionette samen zitten tot in Napoli.
We kunnen dus alsnog vertrekken naar Amalfi. Het is iets minder warm dan de vorige dagen, zo’n 30 graden, zoals in België dus. Het wordt toch nog een rit van ruim 130km en 1.600 hoogtemeters. En dat zullen we gevoeld hebben, vooral in de eerste helft. Een forse klim met een hoog Stradi Bianchi gehalte laat ons zwoegen en puffen met enkele blaffende honden als achtergrondmuziekje (gisteren begeleidde Didier Préparé ons met de zeemzoete muziek van Brian Wilson naar boven). Geen dode zanger deze keer. Wel wat lekke gereden, zoals Chris, maar vooral den doctoor wiens melkbandjes (ha, de spellingcheck maakte er melktandjes van ;-), stilaan zonder melk zitten. Michel had hem nochtans gewaarschuwd: je moet er meer pap in doen’. Voor de lunch moeten we langs een vreselijke lange baan waar ze de asvalt weggeschraapt hebben al was het een grap met een verwijzing naar de avond voordien toen ze net asfalt legden… Overal zien we jonge gekleurde werknemers (?) die rondjes lijken te rijden op lage elektrische fietsen met brede banden. We wilden graag onze fiets wisselen op deze ongenadige stroken.
We rijden Salerno binnen, heel drukke stad en het is uitkijken maar eens we de kust van Amalfi naderen is het genieten. Ook druk maar de weg is bijzonder goed. De wilde kust zorgt voor goddelijke vergezichten én de wetenschap dat het nog maar 20km is tot Amalfi is een opsteker. Hotel Panorama is fantastisch gelegen (dank Paul). Sommigen duiken meteen de zee in, terwijl deze chroniqueur onverdroten zijn stukje moet schrijven. Het leven is niet altijd rechtvaardig 😉
Beetje dubbel geluk gisteren. Geluk (?) dat mijn fiets stuk was en we de toolbox nog moesten gaan halen uit de volgwagen. Geluk dat ik dat snel wilde doen. Dus onmiddellijk na het (barslechte – derde gelukske) dinner samen met Leo 182 trappen naar beneden gestapt waar de wagen geparkeerd stomd. En waar we geen 5’ later hadden moeten zijn… of hij was gesleept!
We schonken Prosecco en schalden een verjaardagsliedje voor Kris. Vandaag wordt het immers een zware dag met 2.200 hoogtemeters. En al meteen na 20km hebben we prijs met een kilometerslange moordende klim van 10 procent. Monte Scalioso op weg naar een dorpje waar werkelijk geen zak te beleven was. Toch wel, zegt Paul en hij toont me de foto van de Piazza del Popolo waar 3 oude sassa’s zitten samen met Katrien.
DAT is wel geestig, maar voor de rest geen bal te beleven, nada. Ja, de Giro is hier gepasseerd. Nou moe. En ja, de wegen zijn goed geasfalteerd, maar that’s it! Parcourist Kim krijgt dan weer wel flinke bonuspunten als we Matera binnen bollen (Paul spreekt het steevast uit als Materna, naar de bekende confiturist Edouard Materne die het bedrijf 130 jaar geleden stichtte in Wépion bij Namen. Wépion is bekend om z’n aardbeien (de spellingcorrector maakte er aambeien van). Maar dit geheel terzijde.
Matera is Unesco werelderfgoed en is een van de oudste bewoonde steden gebouwd aan de wand van een diepe ravijn met een adembenemend zicht. Het bestaat uit Sassi (stenen) grotten en huizen opgetrokken uit tufsteen. Bijzonder druk en toeristisch met vele bars en resto’s maar ZEKER de moeite van een bezoek. Dankjewel Kim voor dit cultureel juweeltje.
De klokken van Matera slagen 12 uur alsof er iemand overleden is. We moeten nog 100km door schitterende gemeen glooiende landschappen over de Via Appia – daarover reden we 6 jaar geleden ook tijdens de Piza-Rome tocht – maar wat is het bloedheet met temparaturen van 40 graden meer. Het is echt wel zweten als de beesten. Er kan niet genoeg gedronken worden. We moeten de weg corrigeren want die wordt elke honderd meter brokkeliger. Nog 25 km te gaan en we weten dat dit een bergrit wordt met een huizenhoog percentage. Gelukkig gaat Hans z’n stuurvork alweer zwalken zodat ik mijn fiets met plezier aan hem doorspeel. Ook Christophe stapt mee in de bus bij Leo. Intussen begrijp ik z’n koetervlaams al wat beter en we schrikken ons een hoedje als we zien hoe de andere cyclisten zich te pletter rijden op een onmenselijke helling. We zoeken ons Grande Albergo op, laden de koffers uit van deze gladiatoren van de weg, drinken een biertje om alles door te spelen en we zijn weer klaar voor een avondje vol wilde verhalen. Nog 2 dagen afzien en we kunnen net als Keven De Bruyne aan de medische testen beginnen in Napels….
Nog even over rit 5 (de rappen staan erop dat dit vermeld wordt). Eerst had Katrien een lekke band maar daarna heeft onze Hollander Chris de debatten aangewakkerd op de laatste klim naar ons hotel. Zijn Wahoo gps deed hem naar eigen zeggen de das om, het kleurde groen terwijl er nog flink geklommen moest worden. De jonge flurken Jelle en Kim demarreerden om beurt maar dé man met meer dan +10 jaar ervaring Michel counterde en telde hen uit. Het podium: Michel, Jelle, Kim. Zo heb ik mij van m’n taak gekweten.
Meubelier Kris wordt vandaag 56! Er wordt gezongen maar in tegenstelling tot de verjaardag van Maritza vorig jaar, geen kroontje op z’n hoofd bij het ontbijt. Als we door een lange tunnel rijden zingen we nog es van happy birthday en hipperdepip. De langste rit vandaag: 172km en het zou vooruit gaan. Den docteur zet een andere ketting maar dat blijkt alleen maar goed te draaien op zijn kleine. Onzen Hollander rijdt meteen lek en wat later z’n versnellingskabel stuk. We rijden naar de Ionische zee (de Ironische zee, zo duidt de humorvolle gps van Mark aan). Het seizoen moet hier duidelijk nog beginnen. Na 60km een strandbar waar alles nog in orde gezet moet worden. We plunderen de koelbak en smeken om toiletpapier… Na bijna 100km heeft Leo best een leuke strandbar gevonden vlakbij de zee. We zijn er zo goed als alleen: stokbrood, worst, ham, kaas, mosterd en Latijns-Amerikaanse muziek op de achtergrond. Jelle en de jarige reus gaan zwemmen in hun fietsbroek! En ze genieten er duidelijk van!
We hervatten de rit met de reus en de wat kleinere Jo op kop, met een rotvaart tot zowat 50km voor het einde. Daar begint het heuvelland… Het is 41,5 graden. Voor we de eerste terp opklimmen vraagt Christophe kwaad om even te stoppen. En wat een geluk dat ie even toornig is: we kijken naar links en zien een kraantje met klaterend water! Merci Christophe. Onze grote leider Hans wil toch nog es tonen dat hij nog wat in z’n mars heeft en komt net voor mij boven. Hij glundert. Nog een klim later zorgen die andere Hans en ik voor een koers in de koers. We komen samen gelukzalig boven, voor den Hans.
De Ritsers zouden de Ritsers niet zijn mocht het hotel ‘Il Giardino’ alweer niet op de top van een flinke helling staan. Onze jonge flurken spannen samen tegen snelle Michel die van heel ver moet komen. Kim lanceert Jelle die als eerste bovenkomt. Hij heeft zich blijkbaar geforceerd want valt wat later pardoes in slaap voor het restaurant…
Onze chroniqueur Luc B dost zich dagelijks uit in full mafia-style – hij kent de streek van zijn jeugdige uitspattingen.. – om zijn verslag te schrijven. Ook chapeau!
Tropea is een wonderlijk mooie stad en een echte aanrader. Het hotel op 2km van het oude kern ook, maar de service kwakt. Kim probeert een busje te regelen voor 18, twee dus eigenlijk. De hotelmanager zegt dat ie een deal voor ons bedongen heeft: 10 euro de man in plaats van 20. Kim rouspeteert, vindt dat terecht veel. ‘We zijn hier om ons te laten pluimen,’ lacht Fré.
Het wordt dus 50 euro per rit, voor 2km… Eerste bus weg:Christophe en Hans H. worden naar restaurant Romana geleid, niet toevallig het restaurant van het hotel. Daar wordt gezegd dat de reservatie toegekomen is. Quod non. Wij hebben in een ander resto Incipit gereserveerd. Nice try. Christophe was not amused. Die had honger. Incipit daarentegen was een uitstekend resto, mooi geleden, goede bediening. We willen dezelfde dure taxi terugnemen, staat er eerst iemand anders die ons voor 25 euro wil brengen naar ons hotel… Hans schiet in een furieuze bui als die andere, best onvriendelijke taxichauffeur langs komt die het aan 50 euro doet: ‘ You fucked us!’. (x10). Uiteindeljk trekt de helft weg met de taxi aan 25 euro. Kim betaalt de andere snoodaard 130 euro. ‘Schurken’, schrijft Hans op Facebook.
Onze vijfde dag annonceert zich goed: 152km waarvan 80 redelijk bergaf, maar we starten wel met een thermometer op 31 graden. Dat belooft. Na 20km komen we een fanfare tegen. Feest in het dorp. Wat later trommelaars met een koppel reuzen.
De lippen krullen naar boven. We drinken een glas in een wat verlopen pand met een buitenzwembad (dat ze nog aan het vullen zijn). We plunderen de koelkast tot Leo aankomt om dan 20km verder langs een Q8 tankstation baguettes met kaas, ham of worstjes binnen te spelen. Op 200 meter staat ‘de Ventoux’ op ons te wachten: 21km en 1000 hoogtemeters in bloedhete omstandigheden (ruim 36 graden). De rappen hebben een niet-aanvalspakt afgesloten. De knappen doen dat van oudsher. Het is een mooie klim met af en toe wat recupdalingen maar toch met een km van gemiddeld 12 procent. We zijn met z’n allen blij als we boven zijn en een bar zijn poort opent.
Ik eet zoals de andere een ijsje maar moet mij dra spoeden naar de ‘servizio’ om daar mijn maag leeg te pompen. Nog 40km te gaan. Lange afdaling maar dan toch 20km langs een slechte weg vol putten. Wel het eerste fietspad dat we tegenkomen na ruim 500km bollen. Het hotel ligt traditioneel op een berg en het is toch nog klefferen om er te geraken. Prachtig hotel in aanbouw, vriendelijke mensen. Fré en ik krijgen een kamer die nog nooit door iemand anders gebruikt is… Geen warm water, de ‘chasse’ van de wc spuit ver over de pot heen en als je twee seconden stil staat gaat het licht uit in de badkamer. Een kniesoor die daarover zeurt, toch?
En wordt het dan morgen toch nog de langste dag? Onze Kris verjaart, neemt zich voor om de hele dag de kop te nemen met een kroontje op z’n hoofd en wil ‘‘s avonds een groot feest. We zijn benieuwd wat onze reus in petto heeft.
We wuiven Sicilië en z’n duivelse Etna uit, maar eerst moeten we nog 50km bollen naar Messina. Nouja bollen, het is vaak oppassen voor plots uitwijkende wagens, openslaande deuren, snelle brommers en ook hier: ‘Il n’y a que des pûtes’. Geen lekke banden deze keer. Didier Préparé had er gisteren liefst 3. De uiterst bekwame fietsenmakers Hans en Mark slagen erin om m’n versnellingsapparaat opnieuw aan de praat te krijgen. De boot naar Calabria is altijd een klein avontuur natuurlijk. Een hapje eten langs de volgwagen van Leo die ons altijd vorstelijk bedient (chapeau zeg).
Nog 20km lekker bollen maar dan beginnen we aan de tweede uitdagende 80km met ruim 1.500 hoogtemeters en enkele pittige terpen. Vooral de eerste van 8km met gemiddeld 5 procent (het is hier alweer 36 graden). Kim was eerste boven, gevolgd door Jelle (die rijdt wel een record, z’n hoogste wattage gedurende 20 minuten) en Michel. Tussen boerenzoon Jelle en Barbarossa Kim is trouwens een scheiding op komst. Ze rijden niet meer in hetzelfde crea-truitje. Als we toekomen in Tropea sluiten ze elkaar terug in de armen. Schoon toch. Benieuwd of ze morgen opnieuw in hetzelfde tenue aan de streep staan.
Luc Sandaal heeft inmiddels opnieuw te kampen met krampen en kruipt bij Leo. Toch weer opvallend hoe goed mijn kamergenoot Fré al die bergen opklimt. Schijnt nergens last van te hebben. Ook niet van de warmte (chapeau zeg). Na de tweede beklimming zit Hans in de problemen. Z’n stuurvork lijkt even gebroken, maar gelukkig is dat niet het geval. Even provisoir vaster zetten en we kunnen verder… Op de top van de berg staat een mooi vervallen gebouw met prachtig zicht op zee. Zouden we dat niet samen met de Ritsers kopen, vraagt Mark? Waarschijnlijk kan je het voor 2 euro krijgen zegt Jelle, maar onze aannemer heeft er zelf geen zin in. Ok dan. We naderen ons einddoel, Tropea, we kijken er naar uit want na zo’n warme dag is iedereen het wel wat beu. Maar er worden ons nog enkele onverwachte zeeeeeer pittige nepekes voor de wielen gegooid. Nondedju, moet dat nu? Hoor ik iemand vloeken. We kiezen dan maar de snelste weg naar het hotel want het is al bijna 19u. Het is er wat amateuristisch om onze hotelkamers toe te wijzen maar we zitten hier echt wel goed. Mijn roommate Fré is wel verbijsterd als hij opmerkt dat het een doorkijkdouche is. Onze buur Kris vindt dat niet zo erg blijkbaar… Het zwembad is heerlijk. Nu tijd om de old town van Tropea te verkennen.
Was het gisteren een helse tocht dan was het vandaag een helletocht richting de Etna. Chris heeft nog maar 1 slipper. Vergat die andere in Gangi. Onze bagage wordt door een brommende driewieler naar de Piazza Roma gebracht. Mark is echter te laat en rijdt achterna met z’n koffer aan de fiets. Zalige foto.
We gaan vandaag voor iets meer dan 2600 hoogtemeters en het wordt nog warmer, meer dan 40 graden (50 op de Garmin aan de voet van de Etna) en weinig wind. De parcourbouwers Kim en Michel hebben hun best gedaan. Eerst langs het meer, waar ook verscheidene ezels grazen – zoek de Mark zegt de Kris, of was het de Leo.. Langs verschillende kleine geitenpaadjes, heel veel stukken waar de weg… weg is. Soms de fiets op de rug. Ik ben Jan Wauters in de camionette en Leo en ik vloeken weleens want op heel wat wegen mag een lichte vracht niet door. Onze helden van de Etna rijden inmiddels door de kookpan van Sicilië (vergelijkbaar met onze Andalousische tocht door Cordoba, vertelt Paul.
Eindelijk vindt de volgwagen het pad van onze kruisvaarders terug en we posteren ons langs te kant. Te warm hier, roepen de coureurs, ze pakken een liter water en rijden door naar het stadje Adriano waar we er een lommerrijk parkje is, nog geen kommerrijk, want hier begint echt de vermaledijde weg naar de Etna. Luc Sandaal stapt in de bezemwagen. De martelaren van de weg, zo komen ze langs onze dranktent op zo’n 8 km en 500 hoogtemeters van de top. Ze zuchten en puffen: ‘Dit is erover, zegt Kris en hij feliciteert Katrien. Luc neemt z’n fiets weer uit de camion en maakt plaats voor Christophe (er zijn maar twee extra zitjes). Jo is al eerste op de top van de Etna en vindt een leuke stek met taart en ijs. Iedereen is pompaf, Uitgemergeld en in de vernieling gereden maar wat blij dat ze het gehaald hebben. En wat een prachtig uitzicht zeg. Het is echt wel genieten. De laatste 30km zijn zo goed als bergaf naar een toch wel bijzonder fijn domein in Marcali, met uiteraard een zwembad. De avond wordt afgesloten in Il Natale (de geboorte) met een hoop pasta en pizza. Buiken meer dan vol. We kijken uit naar het vastenland van Italië.