Een recupritje dus, van Sevilla naar Cordoba, amper 134km en rond de duizend hoogtemeters.
Intermezzo:
Gisterenavond een hapje gaan eten in Sevilla. Prachtige stad trouwens met bijzonder fijne bars, chicas en leuke pleintjes. Omdat we toch 20
km buiten het stad gelogeerd waren, had iemand het onzalige idee om met zo’n 11 man achterin de camionette ‘Garage Carosserie Vermeirsch’ (waarmee de fietsen naar Spanje werden gebracht) plaats te nemen. Dat was aanvankelijk best leuk, lachen!, maar na enige tijd was dat toch wel heel wat minder, vooral toen Hans een knalhartige wind liet. Weinig lucht en we voelden ons als vluchtelingen in een mensensmokkelroute richting Calais. De spanning nam toe zeker toen Hans tot tien keer toe vroeg om uit te stappen, maar geen gehoor vond. Commissaris Leo dacht wellicht dat ie met boeven op weg was. Die laat je niet zomaar uitstappen.
Maar het zen-gehalte was gelukkig behoorlijk hoog en zo liep het toch nog goed af. Een fijn tapas-pleintje in Bar Europe, ons aanbevolen door een goede vriendin van Willy. We moesten er wel elke 2 minuten de plaatselijke barden met handgeklap doorverwijzen, maar de wijn was overheerlijk. Uiteindelijk zijn we toch, allemaal behoorlijk vrolijk, met de taxi naar huis getogen. Langs het stadion van Sevilla dat recent nog de Europacup won van Liverpool. Dat wist de Bakker Paul nog. Jammer genoeg liet ie zijn speciale bril in de taxi liggen. Dedju.
Lange rechte banen in colon, twee per twee gestaag omhoog. De kopmannen, zoals de Pot, de Chris Smurf (zo noemen ze hem blijkbaar bij Sky), Frederic, Paul Joy en Kenny zijn duidelijk in vorm, maar als Karel overpakt dan breekt het peloton en is het hergroeperen. ‘Ze hebben precies niet graag dat ik de kop pak’, lacht Karel.
De eerste stop in Alamo, voorzien om 11u missen we onverklaarbaar. Maritza merkt op dat we al meer dan 65km bezig zijn. Het begint toch stilaan te wegen bij nu al zowat 34 graden. Gelukkig krijgt Paul zijn derde lekke band. Een kwart van de Ritsers gaat op zoek naar een nabijgelegen terras om een cola te drinken. Reisleider Hans, die zich daarover een beetje opwindt, vuurt echter de achtergebleven groep aan om zodra de band gemaakt is, er vaart achter te zetten. Op een bijzonder slechte weg, vol met putten, rijden we in een rottempo richting Palma del Rio waar Leo in goktent Baca z’n heerlijk stokbrood met kaas, hesp en salami heeft geëtaleerd. We zijn precies 75,75km ver, merkt Sabin op. Leo had voor haar speciaal een gewoon brood gekocht, maar het leven is zoals altijd aan de rappen. Nog voor Sabin het kon aansnijden, was het reeds verorberd. Iedereen heeft reuzenhonger.
De warmte slaat stilaan toe. Het is nog maar zo’n 60km maar het venijn zit duidelijk in de (hete) staart, met de laatste 25km behoorlijk wat terpen van 10 tot 15 procent. Hans en Kim pakken af en toe een cartouche uit. Ik lees tot 40 graden op de Garmin. We naderen Cordoba, de warmste stad van Spanje en bij uitstek Europa, we zitten in een warmteblaas. Iedereen voelt water en zweet langs zijn lijf afdruipen. We zijn allemaal onwaarschijnlijk blij als we hotel Oasis langs de kant van de weg zien. Een douche en de zwemkom is meer dan welkom.

De weg is in opperbeste staat. De snelle jongens Chris, Bert en Karel, gevolgd door Mark kiezen opnieuw het hazenpad. Kim, Kenny en ik volgen in strak tempo. Het peloton laat begaan. Maar dan gaat het fout.
K2 en ik doen het nog beter. Aan het rondpunt in Moron roept Kim: ‘naar links’. En gedwee, verstand op nul, rijden we door. We zijn 70km ver, nog zowat 55km tot de eindbestemming. Kenny trekt een lijn van 40km/uur gedurende ruim een half uur. Kim en ik zitten op ons tandvlees. Het is een lange saaie baan, de zon slaat ongenadig toe. Het is zowat 35 graden. Zijn we de bevoorrading niet voorbijgereden? ‘Ik snap er niets van’, zegt onze goed voorbereide sales. Het is kwart voor twee, Hans belt vanuit Moron. ‘Waar zitten jullie’? Op 25km van de eindstreep dus.
We hebben ruim twee uur voorsprong op het peloton. Tijd genoeg dus voor een uitgebreid terrasje op een boogscheut van het hotel. Moron kan ons gestolen worden.
Een gemeen prachtige streek hier, grootse landschappen, machtige bergstructuren, waaronder de klim naar El Cortal. Die is echt gemeen, met enkele kilometers van 10 tot 14 procent, terwijl de zon ongenadig toeslaat met zowat 32 graden. Het zweet en zout gutst onderuit de helm. De snelle jongens, Bert, Chris, Luc Bommetje en Karel trekken er meteen van door. Kenny blijft bij ons, bij Kim en mij. C’est bon pour le moral. Ik kleffer achter K2 (Kenny en Kim) naar boven, maar moet regelmatig lossen. K2 wacht gelukkig af en toe. Een lange fijne bergaf wacht ons tot in het cafeetje van Antequera.
In Campillos blijkt in de wandelstraat een heuse motorbradderie aan de gang. ‘Kijk een oldtimer’, zegt een van ons. ‘Heb je nu over mij?, vraagt Rudi.’ Paul heeft een dipje, zit met blaren op z’n voeten. Gelukkig is het niet zo gek ver meer. We hebben 90km op de teller en moeten er vandaag 145 afleggen. Maritza bolt nu ook mee, sterk geadvizeerd door Luc Bommetje.
Zaterdag, de laatste vrije dag voor de 8-daagse helletocht echt van wal steekt. ‘De warmte wordt onze grootste vijand,’ weet Karel nu al. En hij heeft ongetwijfeld overschot van gelijk. Het is 10u en al 27 graden, wat naar 32 graden oploopt tegen 15u. Het is zoeken naar schaduw, ook de volgende dagen.
Malaga valt bijzonder mee als stad, heel wat pleintjes, kleine straatjes, mooie chicas, een schitterende kathedraal, een amfitheater, een merkwaardig meanderend café El Pimpi en heel wat animatie. Picasso is hier geboren (was al op z’n 10 jaar weg, maar geen Malagees die daarom kraait), een mooi strand met rond 13u een aperitiefje waar alle Ritsers zich storten op sardienen, calamares of andere Spaanse curiosa.






