De mooiste naast, over en onder het (hemel)water.

Hulde aan de parcoursbouwers Kim en Michel: dit was de mooiste rit, naast en over het water. ‘Tussen het levende groen’, vertelt Jo. ‘Groen is de kleur van de hoop’ riposteer ik. En lap, het begint te regenen, we zijn amper 5km weg, de eerste regenjasjesstop. Maar zoveel groenpracht rondom, mos, varens, bomen, alom onderbroken door schitterende rododendrons in volle bloei. De schapen duiken angstig weg als de kudde coureurs passeert. 

Na ruim 20km de eerste forse klim. De bergpunten zijn voor de vliegende Hollander Chris, voor Jelle en Michel die weliswaar een reserve-Garmin meeheeft, maar die geeft niet aan waar de terp eindigt. Mark heeft z’n kapotte gps op z’n gsm-houder geplaatst. Hij vindt dat gat voor z’n stuur iets te zielig. 

Overigens Chris wint, ondanks z’n derde bal, of misschien wel dankzij z’n (lies-)bal ook de bergprijs op de tweede ‘col’ van de dag, net voor Kim en Jelle. Inmiddels had die andere Kris (pas op MANNEN) een beet van een of andere lokaal insect onder z’n brilarmpje opgelopen. Katrien voelt zich niet geroepen om dit euvel weg te zuigen.  

We passeren langs een bijzonder mooi onderhouden park in WestPort met een aardig kasteelpand. Een verplichte stop voor heel wat ouderlingen als we de passanten bekijken. 

Goede borst Leo de zoveelste heeft samen met camionzitter Christophe het gras afgereden voor de eerste stop waar voor het eerst een meloen aangesneden wordt. 25km verder volgt een lunch langs het water. Brood en worst, wat dacht u, met veel chocola wat Didier weelderig op z’n ‘stute’ smeert. (Stute is West-Vlaams voor een snee brood). 

Christophe kruipt op de fiets, Mark in de camion (hij heeft last van z’n knie en wil die niet overbelasten). Het is trouwens de eerste keer dat Mark in de bus stapt sinds de Ritsers hun jaarlijkse uitstap organiseren. 

Geen lekke banden vandaag en de laatste 25km naar het ‘Twin Trees’ hotel in Ballina haspelen we in een rotvaart af. Echt bergaf was het niet vandaag met die talloze korte hellingen, maar we leveren ons over aan de kopmannen die er de zweep opleggen. We zijn blij als we binnen zijn.      

Overigens, Opperhoofd Hans is me ook de vierde dag te snel af op de hellingen, net zoals Frederik die alsmaar beter wordt naarmate de dagen vorderen. Ik heb er vrede mee. 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie