Dublin, here we are

Terwijl Mark en Leo met de camion Engeland binnenrijden (beetje last met de vrachtpapieren, maar de rest liep heel vlot – ‘Ik moest Leo er af en toe op wijzen dat ze hier links rijden’ lacht Mark), staan wij te keuvelen op de luchthaven van Zaventem. Keurig op tijd vertrokken, stewardessen die lekker in het vlees zitten, maar bijzonder goedlachs. “Je verstaat ze amper, maar ze vonden mijn jasje bijzonder mooi,” vertelt Paul. De Ieren spreken inderdaad Engels zoals de West-Vlamingen Nederlands. Ze slikken alle klinkers in en als het even kan ook nog alle syllaben. In Dublin, de expressbus, die dan toch niet zo express snel rijdt, maar ons warempel tot aan de deur voor ons hotel dropt.   

We kuieren door de Nieuwstraat van Dublin, bijzonder druk. Voordat onze grote leider Hans zijn hand legt op de goudgepoetste boezem van het bekendste viswijf Molly Malone, schransen we in ‘Boeuf en Coq’. Fish and chips of kip. Frederic heeft inmiddels al 2 Guinness binnengespeeld tijdens z’n bezoek aan het gelijknamige museum. ‘Maar ook een kleine Guinness zonder alcohol, vergoelijkt onze brouwer uit Sint-Joris-Weert.

Waar The Harcourt hotel vandaag gevestigd is woonde in de 19de eeuw nog de bekende Ierse toneelschrijver George Bernard Shaw (Nobelprijs literatuur in 1925). Vandaag is de herberg vooral gekend om zijn bijzonder omvangrijk café en tuin waar allerlei luidruchtige Britten hun vrijgezellenfeest vieren. Mark en Leo komen eraan. Geen fietsen op de kamer, de camion wordt in een safehouse geplaatst achter tralies. De carbon rossen worden dus morgen, zaterdag, in elkaar gestoken. Het hotelresto is daarentegen bijzonder lekker. Iedereen blijkt achteraf toch wat moe (het is hier een uur vroeger dan in Herentals en om 22u trekt iedereen naar z’n beddebakske.

We starten een 8-daagse met weinig opbeurende weervoorspellingen, maar gedurende de eerste dag blijft het droog, beweert de grote roerganger. Benieuwd! 

Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

Plaats een reactie