14 juni 2014: Stelvio – De Toverfontein

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

14 juni 2014: De Stelvio in beeld

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

De cannibalen bakken het warm

Het toetje van deze 10-daagse Ritserstocht wordt het 10de Ventoux-event met start in Malaucene. Op de rustdag op zaterdag hadden toch nog enkele uitslovers een tochtje van een kleine 100km ondernomen. Anderen, die 1000km in de benen al goed genoeg vonden, hielden het op een lunchtochtje naar Bedoin en terug, toch ook goed voor ruim 50km en nog eens 600 hoogtemeters. Henk, Christof en Philippe trekken naar Orange allez-retour. Zij vertrekken ook eerder terug naar hun heimat.
Het wordt opstaan rond 5u want het vertrek voor de Cannibalen is al voorzien om 6u30. 1500 man en wat aardige dames toch ook, luisteren naar de lokale burgemeester die met zijn Ducati aangebromd is. Voor de rest allemaall blinkende fietsen want het belooft een warme dag te worden met een zon die boven de 30 graden geeft. Traditioneel gaat de start gepaard met Highway to hell, deze keer gevolgd door Radar Love. Minder luid dan vorig jaar trouwens in Bedoin, kwestie van de zondagsrust van de Malaucenen toch wat te respecteren.

We gaan voor 175km en 4.500 hoogtemeters met 2 beklimmingen van de Ventoux, die gemeen mooie kale berg, het smeerlapke. Langs de kant van Malaucene zitten er toch ook fors wat steile stukken tussen van 10% en meer. We rijden enige tijd samen met Paupaul, Paul Spaarlamp, Sven (die heeft sowieso altijd hardrock en metall in zijn oortjes draaien) en Luc Sandaal. Halfweg, na zowat 10km, prijs ik me luidkeels dat ik er nog aanhang. “Nu nog wel. Nu nog wel,” lacht beer Paupaul en ze steken een tandje bij, waarna ik deze trein verongelijkt moet laten gaan. Op 4km van de top haal ik Hans bij, die dan toch beslist heeft om de Cannibale te rijden. Het is dus inderdaad ‘nen hette’. Het is 8u30 als we de top bereiken en de afdaling naar Sault nemen voor de bevoorrading met traditionele appelsien, banaan en Meli honingkoekjes. Stapelen want het wordt een lange dag met ruim 8 uur in het zadel. Het parcours is omgekeerd dit jaar, veel mooier maar volgens mij ook lastiger. Ik rij nu samen met Luc Sandaal. Veel zeggen we niet. Het wordt alsmaar warmer. De aanloop naar de Col de Perty is kilometerslang vals plat van 2 tot 3 procent. Velen rijden zich hier al leeg. En dan moet het nog beginnen. We zijn immers pas halfweg. De Perty zelf is ook een duwer met vooral 4, 5 tot 6 procent. We blijven iedereen voorbijsteken, maar van de andere Ritsers is niets te merken. “Die Paul is toch een beest,” zucht Luc.

De col de l’homme mort. Luc Sandaal is nu ook niet meer te zien. Zit hij voor mij? Achter mij? Achter mij, blijkt later. Een lange mooie afdaling tot in Sault waar we Sabine op het lijf lopen. Sabine gaat voor de Cannibalette, maar ziet toch wat op tegen de laatste beklimming van de Ventoux, vooral de laatste 6 vanaf Chalet Renard. Ze is niet alleen… De eerste 20km op de prefecte asfalt vanuit Sault zijn best te doen met heel wat recuperatiestukken. Sabine bolt samen met Leo naar boven. Leo zal opgeven aan de bekendste Chalet uit Europa. Heel wat supporters uit Herentals staan hier trouwens te roepen. Lange Jan fietst heen en terug om de Ritsers tijdens de laatste kilometers en het Huthuis te begeleiden, de goede inborst.

Inmiddels een best grappig misverstand. Kurt had een speciaal zakje gevuld met krachtvoer, een laatste spuit en een goei zetpil. Ilse, de aardige madame van Lange Jan zou het aanreiken. Een communicatiefoutje: Jan vertelde Marc Spoor dat ie wat moest aannemen van Ilse waarna ie het zakje meeritste. Tot verbijstering van Kurt die wat later met lege handen verder moest. Marc bood nietsvermoedend later nog een gelletje aan Kurt aan, maar die vertelde dat ie het in zijn gat mocht stoppen (of zoiets).
De laatste 6 km zijn zoals altijd moordend. Je ziet het weerstation al van ver, maar je moet nog 7 tot 10 procent verteren. Ook boven is het nog 27 graden, maar gelukkig amper wind. We klefferen ons naar de top. We zitten bijna exact 8u op het zadel. Het gat doet pijn, ook de tenen beginnen te klagen. Maar de opdracht is geslaagd. We zijn alweer bevestigd als cannibaal.

De quote van de dag is van Sven die, zoals iedereen kapot aankomt op de top en er heel serieus en droog uitflapt: “ik denk dat ik toch nog wat moet bijtrainen in de Ardennen.”

Een afdaling naar Malaucene waar geen einde aankomt. In het dorp een gezellig terrasje met Kenny, Marc, Paupaul, Sven, Paul Spaarlamp en ook Luc Sandaal komt aanzitten. Even later gevolgd door Lange Jan en Sabine die reuzeblij is dat ze de top van de Ventoux ook nog es overwonnen heeft. Terecht trouwens. Ook der Rudi reed deze verkorte cannibale, terwijl Frederic de Ventourist bolde (beiden gingen aanvankelijk voor de vintourist, maar verkozen dan toch de sportieve ernst). In totaal waren er 3.500 Vlamingen ingeschreven voor dit Sporza-event.

Kenny is de bergkoning, gevolgd door Charel die er na 10km aan dacht om te stoppen ‘omdat het niet ging’. Kruishoutemse Chris is derde, gevolgd door Chris Vlerick en Marc Spoor die een berenjaar fietst en alsmaar beter wordt. Op de camping zijn er bubbels voor de 46ste verjaardag van 1 van de aimabelste mannen van de groep. El sympatico uit Kruishoutem. De buren op de camping zijn niet komen klagen over het gelach en getier…

Het was weer een bijzonder geslaagd event met oprecht heel veel dank aan de organiserende Ritsers, speciaal ook aan Geert voor de uiterst professionele aanpak, en aan de begeleiders Michael, Jef, Maritsa en Leo. We hebben er opnieuw enorm van genoten. Dit zijn levensmomenten die we nooit zullen vergeten! Grazie en Merci!

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

De laatste bus

Wat een alleraardigst Hotel du Relais was me dat. De eigenares had wel enorme zwarte wallen onder haar ogen, maar was bijzonder behulpzaam, ook al had ze een zwaar gehandicapte zoon. Zeker een aanrader dit 2sterren hotel in Moustier Sainte Marie.
Een stevig ontbijt is nodig. De meesten zitten op hun tandvlees en ook al is het de laatste rit naar de Ventoux en ‘amper’ 140km, er zitten behoorlijk wat bulten in en de wind zit verdorie niet altijd in ons voordeel. 1.800 hoogtemeters in totaal. Al na zo’n 20km bollen we langs de Lavendelvelden en warempel, in de verte zien we die ellendige puist liggen: de kale berg, met amper een wolkje aan de lucht. We lachen hem weg, die Vent(part)oux.
De ene zit al wat frisser dan de andere, maar als we in Bar de L’union in Banon ons stokbrood met kaas en ham binnenpeuzelen wordt er niet zo gek veel gezegd. De baas telt niet de flesjes cola, wel de kroonkurken. Slimmerik. Ik besluit die laatste 60km te laten voor wat het is en stap de bus in, bij Michael. De buit is binnen, de benen voelen flagada. Het is nu echt vaak bergop en de groep scheurt in de drie stukken. Hans en Luc Sandaal bengelen achteraan. Op weg naar Sault, op een bord langs de weg : ‘fruits du région’, waarna we even later twee lekkere plattelandsmeisjes zien. Meer moet dat niet zijn…
Halte in Sault waar we op het terras fuseren met een hele bende van Sint-Elisabeth uit Herentals. Sommigen hebben recent nog onze onfortuinlijke vriend Belgacom Bert verzorgd.
Vanuit Sault is het toch nog een dikke 40km naar Vaison la Romaine. Lange Jan kent een kortere weg, zegt ie, en hij breidt er nog een bijkomende lus van 10km aan…
Iedereen was wel blij dat we ter plaatse in onze chalet op camping Carpe Diem terecht waren. Het lastigste is achter de rug. Alleen de Cannibale nog bedwingen op zaterdag, of de Cannibalette, of de Vintourist voor de mietjes. Maar eerst nog een rustdag. Het is hier 30 graden, volop zon, maar ook volop wind. Daarboven zal het ongetwijfeld beuken zijn tegen de wind. Dat beloofd. Hans weet nog niet of hij de Cannibale zal meerijden. Hij ziet het even niet meer zitten, maar wedden dat ie toch nog die 175km en 4.500 hoogtemeters rijdt? Het is ‘nen hette’. Dat komt goed.

Geplaatst in Uncategorized | 2 reacties

De vloek van de Paljassen is verbroken

Op de rand van de Franse grens, op een boogscheut van Monaco en Nice, trekken we ons op gang voor de Koninginnerit, bijna 200km en 3.400 hoogtemeters, bij iedereen inmiddels ook bekend als de 4de rit. Traditioneel is dit hét moment waar Hans een gooi doet naar de overwinning op mij. Wat hem de jongste vier jaar ook telkens con brio gelukt is, in de Alpen, in de Pyrenneeën, in de Dolomieten en ook op Corsica. Dat er ook dit jaar een combine van de Paljassen zou komen was duidelijk.

Rond 9u30 rijden we naar boven over Monaco. Zelfs voor de Monegasken is het dan nog te vroeg voor een apero. En wat later rijden we dan Nice binnen, het is bijna 30 graden,  langs de Negresco en de Promenade des Anglais. Niet zonder kleerscheuren. We hebben inmiddels 5 lekke banden hersteld op nog geen 60km. De tijd tikt. Zullen we nog op tijd zijn voor het avondeten van 20u30 in Moustier Sainte Marie? Het wordt alvast een lange dag want we zitten meer dan 8u40 op het zadel.

Een eerste lange beklimming. Hans zet me nu al onder druk en hij rijdt verdekke goed mee, meermaals voor mij. Welk pilletje heeft ie nu geslikt? Ik moet ‘m van me afduwen, letterlijk op de pedalen. Het zijn leuke klimmetjes van 4 tot 6 procent, mijn ding. Luc Sandaal rijdt me nog voorbij voor de top van de Col de Filon, de kapoen. We zitten op de Route de Napoleon, langs de  parfumstad Grasse richting Digne. Broodjes kaas en ham op het terras van de plaatselijke Café Tabac waar een rondborstige jongedame achter de toog de ouderen ons ons doet likkebaarden. We zitten recht tegenover de Relais de L’impéreur. Donder en bliksem kondigen regen aan. En we zetten amper ons gegrilled gat op ons zadel en daar begint het te gieten én te hagelen. Schuilen dus. Der Rudi en Frederic zijn al enige tijd ervandoor. Een kwartiertje later droogt het stilaan op. Het is nog klimmen geblazen, een paar stevige kilometers zelf. In de afdaling is het ook nog bijstampen en we doen ons best om ons met z’n allen meurg te rijden. Henk roept ons tot de orde. “Zo gaat iedereen kapot”. Rudi en Frederic hebben we inmmiddels bijgehaald en er worden ons nog enkele forse heuvels onder de pedalen geschoven.

Laatste stop voor de finale, twee terpen van telkens 200 hoogtemeters en een laatste van 600 tot 700 meters. Ik verneem dat de Kempenzonen daar een aanval willen plaatsen. Dakwerker Jef fluistert me in om vooraf het verschil te maken en te ontsnappen. We zitten in een prachtig natuurgebied met stijle rotsen en onwaarschijnlijke dieptes… en hoogtes.

Net voor de laatste berg, zet ik aan in een lange bergaf. Henk zegt me dat ik ‘m moet volgen dat er een groot gat is met Hans. Is het niet te vroeg? Ik volg zo goed en zo kwaad ik kan. Jef zit achter mij, Kruishoutemse Kris nog wat verder. We vliegen Sven voorbij. Die gaat niet mee. Jef zit achter mij. Chris vraag ik ook om hulp. Beide goede inborsten, wat zeg ik, beste wielervrienden, duwen me regelmatig naarboven. Lange Jan neemt het bewijsmateriaal op film op. Het is puffen, zweten met een zware ademhaling. Hoe ver zit Hans achter me? Hoe ver is het nog? Nog heel ver. Henk, Kenny en Chris Vlerick rijden zo’n 100 meter voor ons. We zien hen heel lang, tot enkele kilometers voor de top. Het zweet drasht op mijn kader, mijn kader? Ik heb het ongelooflijke geluk om de Thomson fiets van Bakker Paul te mogen lenen. Die bolt geweldig, schakelt uitstekend en in bergaf is ie baanvast. “Speciaal daarvoor wat dikkere banden gezet,” vertelt Paul. ’s Morgens hadden Lange Jan, Henk en Charel stevig geholpen met het vervangen van de pedalen. Dat bleek geen sinecure. Fantastische kerels die Kempenzonen.

Maar in de afsluitende bergrit hebben we ze niet meer gezien. Marc Spoor reed ons wel nog voorbij in de laatste km naar de top. Marc moet een enorme remonte gedaan hebben, “terwijl ik onderweg af en toe stilstond voor een foto te nemen,” grapt ie. Kenny was in supervorm en haalt als eerste de top, voor Chris en Henk. “Vlaanderen boven,” zingt Henk.

En uitendelijk is ook de vloek van de Paljassen gebroken. De 4de dag is niet meer voor Hans, die afgepeigerd in ons bijzonder gesmaakte hotel niet meer de trappen naar de 2de verdieping op wil, maar zweert bij de lift. Het was dan ook een loodzware rit. Iedereen snakt naar warmte en een diner. Wat ook uitstekend meeviel. Voldaan trekken we naar ons bed, nadat we Chili Spanje naar huis zagen spelen in het WK. Soms moet je de sterkere kunnen erkennen…

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Onverwachte hoogtemeters

Tijdens het ontbijt in het Termenhotel in Como schrompelen er witte spoken rond, rimpelende bejaarden in badjas. Het is een bevreemdend zicht, terwijl wij, jongelingen in de fleur van hun leven (ahum) ons klaarmaken voor een tocht over de bergen van zo’n 65km en 1.500 hoogtemeters gevolgd door de 100km Milaan-San Remo route langs de Mare Ligure. Het regent oude wijven als we vertrekken. Regenjasje aan en meteen omhoog. “De Mortirolo”, zegt der Rudi en het is inderdaad meteen al 15 tot 17 procent. Het is klefferen al tijdens de eerste kilometers. “Daarom liggen er slakken op de weg,” zegt Marc Spoor, “We gaan hier aan een slakkengang,” Het is zuchten van bij de aanvang. Maar wat een prachtig landschap hier. Het gaat lekker bergop-bergaf in schemergroen. Warm is het niet met op de toppen op ruim 700 meter hoogte amper 10 graden. En het blijft regenen. Kruishoutemse Chris is de onfortuinlijke met alweer twee lekke banden. Samen met Paul Lamp rijd ik een van die lange terpen op. Plezierig. We zitten goed.
De parcourplanners hebben pech met onvoorziene werken, wat de hoogtemeters doet oplopen, we hebben er zowat 2.700, en de afstand doet oplopen tot ruim 186km. De laatste klim is goed voor 10km door het bos met gemiddeld zo’n 8%. Die blijft maar duren. Henk, Kennie en Charel rijden voor de kop en het is uitendelijk Henk die het haalt, voor Kenny en Charel. Zoon Thomas is in de bezemwagen gestapt: “Choco” vertelt de jongeling. Het zegt veel over de conditie van de ouderlingen. Ook Lange Jan houdt het voor bekeken. Hij heeft nog last van snot.

“Voordeel van de bergen is dat je mooie afdalingen hebt” zegt Hans en hij wijst naar de Ligurische zee in de verte. Christof vroeg zich eerder al af of de Mare Nostrum voorgoed verdwenen was. We bollen nu langs de kust met 100km in de benen. Nog 85 te gaan langs deze drukke kustweg. Italiaanse chauffeurs hebben het duidelijk niet op cyclisten begrepen en rijden vervaarlijk in de nabijheid van onze fietsen. Het is hier nu al zo druk, je moet niet vragen hoe het hier aan toegaat tijdens de drukke zomermaanden. Leo rijdt met ons mee langs de zeekant en faut le dire, gezwind gaat hij mee over menig hellend vlak. Er wordt niet veel meer gezegd. Iedereen is duidelijk moegetrapt. De laatste bevoorrading op zo’n 30km van Bordighera, ons eindstation in hotel Piccolo Lido. Mijn fiets sputtert nu bijna constant, midden voorblad blijkbaar versleten. Ik moet op mijn groot blad blijven. Nemen we de fietsweg langs de kust of toch de grote baan? Het wordt het laatste. De kilometers malen we af, San Remo door. We laten de Poggio rechts liggen. En eindelijk komen we aan bij het gezellige kusthotel. De plaatselijke fietsenmaker heeft niet echt zin om mijn fiets te herstellen. Het zal dus voor in Vaison zijn. Pasta en een lekker visje. Meer moet dat niet zijn.
Morgen wacht er ons alweer een lastige bergrit.

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Even rustig, van Como naar Termi di Acqui

We vertrekken in de regen voor een ritje van zo’n 170km, maar het gaat dus naar het zuiden en daar is het duidelijk goed weer. Christof en Filip zijn ook van de partij en rijden hun maidenrit. Na een half uurtje kunnen we dan ook de regenjasjes uittrekken. Het is wel nog wat chaos want in Milaan zitten we wat te knoeien om de juiste weg te vinden naar Piomente. Maar na wat heen en weergedraai zitten we snor. Henk zet zich op kop en doet een ‘Franske’: hij bolt de hele tijd vooraan en zet er een strak tempo in van zo’n 37km/u. “Ben ik nu de enige die zweet als een rund?”, vraagt bakker Paul zich af?
Het wordt inderdaad warmer en we halen snel temperaturen van zo’n 26 graden. We rijden langs een grote baan waar we om de 200 meter een prostitué langs de kant zien. Schrijnend. Het is pas 10u30 en deze dames… Hoort het bij het leven, van oudsher? Ik hoop dat ze het beter krijgen in hun verdere leven.

IMG_7872Onze eerste break is aan een archeologische landbouwsite. Indrukwekkend hoe een plaatselijke arbeider? ons in een piepklein mini-wagentje voorbijbolt. Hier werken blijkbaar nog mensen. Maar onze begeleiders hebben een leuk cafeetje uit de vorige eeuw gevonden en het is gezellig toeven in de schaduw met broodjes kaas, ham, bananen en uiteraard de nodige saucisse d’Italia. “Je moest de ogen zien van de eigenares toen ik zei dat we hier met 20 coureurs zouden aankomen,” lacht Leo.

Even is er een breuk in de groep als Lange Jan zwaar doortrekt en we met z’n 6-en, inclusief Paul ‘in de juiste ontsnapping zitten’. Henk had blijkbaar een ander wiel nodig. In het plaatselijke dorpje roept Jan plotseling ‘dikke tetten’. Een plaatselijke deerne is inderdaad goed voorzien. Jan legt het vast op de camera op z’n helm. De schelm.
De laatste 20km zijn de mooiste, in heuvelachtig landschap, langs de ‘Strada de vino’. We zijn in Piemonte en beginnen aan een mooie lange klim van zo’n 5km. Niet iedereen is van plan om even door te trekken, maar Kenny legt de lat hoog en pakt een enkele fervente Ritsers mee naar boven. Een lange afdaling richting Terme di Acqui leidt ons naar het statige maar beetje vergane glorie Grand Hotel Nuove Terme. Een terrasje is verdiend.

IMG_7889

 

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

Comostroom (2)

IMG_7839Hans had ons nog een resto aangeraden en het was niet alleen bijzonder lekker, maar wat een onwaarschijnlijk uitzicht in Il Gatto Nero. Wie in Como logeert moet hier zeker een romantisch tafeltje aan het venster reserveren. Wees wel gewaarschuwd. De weg naar dit bergrestootje is via gps blijkbaar niet zo eenvoudig te bereiken. Na enige rondjes carrousel draaien kwamen we terecht in een ‘Strada al Traffico Limitato’. En in Italiaans wil limitato letterlijk wel eens gemillimeterd betekenen. Een uiterst smal straatje naar boven vroeg al de uiterste concentratie van onze buschauffeur Michael. Toen we echter voorbij een 180 graden bocht moesten, druppelde het zweet bij iedereen in de camionette. Niet zo bij Bakker Paul die behoorlijk rustig bleef en met een paar gedecideerde handgebaren Michael de juiste richting in duwde en letterlijk milimeters van de hogerop geparkeerde wagens en motto’s laveerde. De ontkoppeling stonk wel uren in het rond. De vrijgemaakte adrenaline maakte de Zwarte Kat alleen nog maar pittiger. Ze had in elk geval voor geen onheil gezorgd.

IMG_7775En dan nog twee divertimentjes uit de rit naar Como. De broek van Luc Sandaal schuimde vervaarlijk tijdens de eerstste twee uur door de regen. Wellicht teveel waspoeder gebruikt tijdens het wassen. Het schuim lag er centimeters dik op. ‘Die heeft nogal wat ‘dash’ in zijn broek steken”, grapte Kennie.

 

En wie gaf soldaat Sabine een duwtje op één van de kleine heuveltjes op het parcours?. Uiteraard onze Kruishoutemse Chris wiens vrouwtje thuis ook Sabine heet. Chris had Sabine echter iets te laag in de onderrug geduwd waarop Sabine al dan niet gemeend uitriep ‘Ola, gij profiteur’. Chris haastte zich met de verontschuldiging dat haar versnelling echt te groot stond…

Geplaatst in Uncategorized | Plaats een reactie

Langs de Comostroom

De zondag begon zoals hij eindigde, in de regen, bij wijlen zelfs stromende regen. Amper op de fiets en de eerste druppels zetten zich klaar. Plots amper 11 graden, echt niet warm, Vlerick Chris bibbert bijna van z’n fiets. Het is een bergafrit van 178km en het is wachten tot een dik uur later tot het wat droger wordt. De remblokjes kregen het flink te verduren. In Grosotto zet bergkoning Charel z’n duim op z’n neus en lacht de Mortirollo in zijn gezicht uit. Die hebben we al op z’n kant gelegd.

IMG_7768We bollen verder over een bijzonder mooi maar ‘avontuurlijk’ fietspad, de Sentiero Valtellina, die plots maar kort overloopt in een vtt-padje. Het is gps-pingpongen tussen der Rudi en leider Hans voor wie de juiste route in de hand heeft. Gladde houten bruggen en stenen, stradi bianchi, zorgen voor 4 lekke banden. Gemeen mooi dus, het jaagpad langs de Riserva Pesca, met onderweg prachtige pauwen en struisvogels die verbaasd opkijken naar die 18 Ritsers die scheren langs een behoorlijk uit de kluiten gewassen rivier. Die wordt later door Bakker Paul aangeduid als de ‘Como-river’.

Het is al wat warmer, maar nog steeds erg bewolkt als we na de middag halt houden aan een ‘Bikers-cafee’ in Taona, waar ze Bière de Brabant hebben en je voor 20 euro per man een kamer kan huren. Maar geen denken aan slapen. We zijn pas 100km ver. Maritsa staat klaar met bananen, chips en broodjes, kaas of ham. Heerlijk. Leo Police probeert nog enkele ritsers te overtuigen om een stuk Italiaanse worst op te peuzelen. Hans tast toe.

IMG_7792Geert overziet alles als een volleerd en faut-le-dire een bijzonder professionele reisleider.
Ah, we komen aan het Comomeer, ronduit schitterende omgeving. Maar ook bijzonder druk en we moeten ons op een lijn trekken. Soldaat Sabine, jaja, voor het eerst ook een dame die deze lange tocht meepeddelt, doet het uitstekend. Ze nestelt zich net achter de kopgroep, met uitstekend zicht. Dat moet ook, want de Italiaanse chauffeurs in hun Carrera’s en andere Fiats trekken soms vervaarlijk op. En dan zo rond km 155 begint het alweer te gieten. We waren verdekke net droog. Regenjasjes terug aan, voor de laatste 23km, waarin nog enkele flinke heuvels zitten, waaronder een niet voorzien stukje ‘Mortirollo’ van zo’n 17 procent. Alles is nu doornat, maar in Como zelf spuiten we dan toch nog es onze fietsen af in de lokale carwash. Eindelijk in hotel Cruise voor een warme douche. Vanavond gaan we tafelen in een uitstekend restaurant. Dat hebben we verdiend. Of we water zullen drinken, daar ben ik nog niet van overtuigd.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie

De Stelvio, uiteraard.

Aan het ontbijt zegt Hans plots dat ie de Stelvio niet gaat oprijden. Te diep geweest gisteren. Maar na verwoed aandringen, “de risée van de week” gaat ie dan toch, zij het niet met volle goesting, wel op karakter, mee naar boven. Sabine is een beetje nerveus. Lange Jan verwacht een sterke prestatie nu hij met haar in de kamer slaapt. Mannen… Maar inderdaad, Jan zit, ondanks zijn vallingske’ zeer goed. Zijn bezoek aan de apotheker gisteren heeft zijn vruchten afgeworpen. Paupaul nog beter, hij zit 5km in mijn wiel, ik kan hem er niet afwerpen en even later laat ie me gewoon achter. Nou moe. Hij zal nog heel wat Ritsers oprapen. Een grote plateau onze vriend. Charel is weer de eerste boven op deze historische en ongemeen mooie bochtige klim van 21,5km en een dikke 1.500 hoogtemeters. Als één van onze geweldige supporters op enkele kilometers van de top roepen naar Thomas (zoon van de Charel) dat zijn pa amper 100 meter voor ‘m rijdt, zegt de man die achter Thomas aanklampt: “Ik zou niet willen dat mijn pa voor mij eindigt!”. Waarop Thomas eenvoudig antwoordt: “Gij kent mijne pa niet zeker…” Uiteindelijk zal Vlerick Chris tweede eindigen nadat Charel, luidkeels aangemoedigd door z’n vrouw en andere Kempenzonen en -dochters, een kleine demarrage inzet. Chris had plots last van zijn versnellingen… Hij heeft nog een week om het goed te maken. Sabine ziet Frederic voor haar klefferen op enkele kilometers van de top maar laat h’m winnen. Achteraf pocht ze wel met haar gemiddelde, iets hoger dan onze jonge vriend. Madammen….

 

Stelvio1.500 fanaten reden mee op deze Stelvio. Eentje op een elektrische fiets van sponsor Luminus. Die moesten ze weren uit deze toertocht. Het is welja, belachelijk. Al fluitend rijdt hij ons voorbij. Heb meer respect voor de dames die op een wat oudere fiets zich zonder veel misbaar naar boven heffen. En die twee met een karretje achter met een kleuter erin. Faut le faire.

 

Een mooie lange afdaling, god wat is het hier toch mooi met gigantische watervallen en grillige bergwanden. Altijd oppassen in de ‘tunnels’ waar het meer dan eens water insijpelt. Paul Bakker ziet het bijna voor ‘m gebeuren. Alweer een val: “Je kon niet eens zien of het een man of een vrouw was,” vertelt ie. Een uur later zien we een helikoper overvliegen. Hoop dat het nog goed afloopt. Met Frederic en der Rudi en zijn kornuiten naar de Pastaparty in de wat ongezellige grote sporthal. Het bier vloeit, verdiend.

 

En inmiddels is het 15u. Hans ligt te pitten in de zetel van de hotellobby. Zijn tenen krullen af en toe. Ik ben benieuwd voor de 4de dag. Morgen rijden we naar Como. Bergaf. Er wacht ons een uitstekend restaurant met zicht op het meer. We kijken er naar uit.

Geplaatst in Uncategorized | 1 reactie