De laatste 160km, met meer dan 2.200 hoogtemeters. We kijken er naar uit, wat blauw tussen de wolken zelfs, is lang geleden. In Lissabon drasht het vanmorgen, vanmiddag in onze vertrekplaats Leiria. Krijgen we toch nog nattigheid? Smurf Chris voelt zich al enige tijd niet lekker en rijdt niet mee vandaag. Bakker Paul rijdt het wel helemaal uit. Sterk want het is geen makkelijk parcours. Een behoorlijke klim na nog geen uur op de baan. Het is pittig, heel pittig zelfs. Hier en daar wat onderlinge strijd, het mag verbazen maar Hans en ik voeren alweer en heroïsche strijd die onze grote leider alweer wint.
Maritza is eveneens duidelijk in vorm. Chapeau, straffe madam die hier de 1.270km met ons helemaal mee uitgereden heeft. De revelatie is ongetwijfeld ook onze Belgische Ier William die een onwaarschijnlijke 8-daagse rijdt. En Frederic, die wordt alleen maar beter, een ronderenner dus. Frans heeft het wat moeilijker vandaag. Blij dat het ook deze superster van 64 jaar kan overkomen. Maar Frans gaat nog liever dood dan dat hij me voorbij laat gaan en geeft er nog altijd een forse lap op. Plots begint het te regenen, tiens…., deze keer schuilen we toch, de eerste keer op deze toertocht, in een bushokje, onder een balkon. En dan is er plots de zon. Heerlijk, eindelijk, 21 graden. Het is genieten. Ook in het dorpje Abrigada waar Leo een fijn cafeetje met terras heeft uitgekozen. Wat een geweldige job heeft Leo hier gedaan. Niemand verstaat hem, wil hem soms niet verstaan, maar hij slaagt er telkens in een gezellige stek te vinden. En wat een fijne pee, ook die Michael, een stevige bonk vol humor, hart onder de riem.
Ward en Flip nemen hier afscheid van ons en drinken een biertje terwijl wij nog altijd alcoholvrij terrassen. Zij moeten straks om 18u op de luchthaven zijn. Wij moeten echter nog door 70km kletsen met toch nog behoorlijk wat hoogtemeters. Rudi bolt nu mee en toont zich regelmatig in de neepekes. Paul Van Gestel zat met een hoge hartslag en houdt het tweede deel voor bekeken. Onze Hollandse vriend Chris is wat ontgoocheld als z’n vrienden patisiers niet thuis geven op zo’n 30km van de streep. Jammer eigenlijk.
Paul Hermans zit zoals steeds heel de toertocht op snee. Ook Bjorn trapt nog door de boter en Kim blijft maar zingen. Op de laatste forse klim daagt hij Bert uit op de laatste 500 meter maar Kim is duidelijk te onervaren, trekt de vroeg van leer en Bert pareert hem vakkundig voor de top. Die mannen van Proximus weten hoe ze het strategisch af moeten maken. Ik pareer Hans nog op het einde en samen bollen we over de laatste hoogtemeters. Heerlijk.
Het is druk laveren tussen de auto’s richting Lisboa, maar eens op de Praça de Commercio waar een concert voor de march van Jezus bezig is, is de ontlading groot. We made it! Het heeft bloed, zweet en tranen gekost. We wensen elkaar meer dan welgemeend proficiat met onze prestatie en het is goed dat ik een zonnebril aan heb want m’n ogen worden vochtig (en niet van de regen). Het was opnieuw meer dan heldhaftig en graag danken we alle Kempenzonen voor deze alweer meer dan geslaagde 10 editie. Deze vergeten we nooit. We zullen er nog lang over klappen. Het was een van de lastigste. Elke keer, denk ik, tijdens die moeilijke tochten, dit wordt de laatste, daarna stop ik ermee, maar telkens ook kijk ik al uit naar de volgende tocht in 2019. Dank iedereen om er bij te zijn en elkaar te ondersteunen. We are heroes. You are for sure.


De moed en het water zinken in onze schoenen. Het nat gutst erin en eruit, meer dan een uur lang. ‘Als we dat thuis vertellen gelooft niemand ons,’ grimlacht Charel. We trappen door tot het dan toch stilaan opklaart rond km 70. Nog zowat 130 te gaan. Leo heeft een hoogst bijzonder café-lokaaltje gevonden om te lunchen waar de herbergier duidelijk enkele vijzen kwijt is maar toch degelijk Duits spreekt (misschien is dat normaal). Zijn vrouw (denk ik) is niet van de rapsten maar zorgt toch wel voor degelijke koffie.
Een lekke band van de Willy, Hollander Chris heeft zijn record verbroken en rijdt 17km met een lekke voorband. En verder ook materiaalpech voor Mark. Enkele cijferfetisjisten willen absoluut de 200km halen en rijden wat toerkes bij aan een rotonde. De laatste 20km houden nog twee neepkes in petto. Voor sommigen de moment om door te trekken. ‘De regen heeft bij enkelen toch wat schade aangebracht’, zegt Bert, ‘hersenschade’. Willy rijdt nog wat door om ook nog die 200km te halen.
Het regenseizoen houdt jammer genoeg geen halt aan de grens van Portugal en dus hebben we opnieuw een kletsnatte en doorweekte rit van zowat 165km doorwaad tot in Porto. Er zaten maar twee neepjes in deze keer, maar wel bijna meteen na het ontbijt. Al na 4km was het klefferen op de Carretera de Zondal met percentages van 11 tot 12%. Ik prijs me gelukkig dat ik nieuwe remblokjes gestoken heb, maar blijkbaar zijn ze nog wat te nieuw. Ik glijd helemaal weg in de afdaling en val gelukkig langs de kant op wat mos. Geen erg dus. Het is een steile klim met diverse afdalingen. Iedereen raakt er goed over. Maar we zijn amper beneden of na 21km begint de tweede, gelukkig met percentages van 6 tot 7 procent. Dat maakt het draaglijk. Samen met de Kempenzonen naar boven. Het begint nu forser te regenen en het is echt niet warm met temperaturen rond de 15 graden. We bibberen bij de eerste bevoorrading bij Michael. Geen rock’n’ roll deze keer. Gelukkig gaat het vanaf dan vrij plat naar Porto, nog ruim 110km.
Halfweg heeft Leo een leuk cafeetje uitgekozen. ‘Niet zo evident’ vertelt hij. Ik dacht dat de Portugezen vriendelijker waren.’ Hij werd twee keer de deur gewezen. Het is uiteraard niet vanzelfsprekend om 22 kletsnatte fietsers in je zaak te ontvangen. De vloer van het cafeetje is in no-time kledernat. Tot overmaat van ramp valt de elektriciteit uit. Gelukkig niet te lang want zowat iedereen is toe aan een warm kopje koffie.
Het blijft dretsen. Onze routeplanner Kim heeft er zowaar een kasseistrook van enkele kilometers in gestoken. Bakker Paul: “Ik mag hopen dat je klaar gekomen bent Kim. Anders trek ik er straks efkes aan.” En nog: Maritza denkt dat haar fiets wat rammelt na de kasseistrook: “Dat zijn je valse tanden Martiza,” grapt Charel. We trekken ons verder op gang achter trekpaarden Bert, Charel en Mark. Nog zo’n 60km langs de kust van Portugal. Willy plat. Eens z’n fiets gemaakt, rijd ik plat. Iedereen bibbert, de wind blaast in ons gezicht. Ook Kim rijdt nog plat, op 10km van onze eindbestemming. En ook onze Hollander Chris, die met de eerste groep mee is, rijdt nog plat, op 12km van ons hotel en blijft doorrijden met een lege tube. Moet levensgevaarlijk geweest zijn op de kasseitjes in Porto.

Met de irriterende Doedelzak uitgewaaid uit Santiago. Ik had meteen een bobbel in mijn band, niet in mijn broek, grapte Paul. Mark, die altijd verbaast op de manier waarop hij met z’n blote handen een band er kan afhalen en er weer opzetten, kan in een handomdraai de bobbel wegwerken (in de band). Het wordt een recupritje, dixit Hans, toch nog goed voor bijna 105km en ruim 1.800 hoogtemeters. Paul Van Gestel gaat even tegen de grond maar zonder erg. De weg is mooi (een groen sprookjespark zegt Luc), lange afdalingen met grote zichtbaarheid, maar ook heel wat pittige ‘neepjes’. Bakker Paul en Frederic tonen zich. Die hebben iets frissere benen. De groep blijft meer bij elkaar dan gisteren. Er wordt regelmatig gehergroepeerd. Een gestage klim van km30 tot km60, onderbroken door
Wat later rijden we richting eindbestemming: Vigo, de hoofstad van Galicië, aan de kust vlakbij Portugal. We moeten een brug over, maar die nemen we niet. We nemen de makkelijke weg: een muur van ruim 25 procent. Dura dura! In Vigo gaat het ook op en af, veel verkeerslichten, druk op spitsuur. Mijn tank is leeg. Hopelijk morgen beter. Het wordt alvast warmer en droger. Vandaag de eerste droge dag. Het humeur wordt er ook beter op.

Het regent (alweer), de vierde dag op rij, voor de lastigste rit. Bijna 200km en ruim 3.000 hoogtemeters. En meteen van bij de start een klim van zo’n 10 km. Iedereen op z’n eigen tempo. De groep is meteen versplinterd. En dat zal het ook blijven tot de lunch en ook daarna. Jammer eigenlijk, zeker voor de tiende editie. Was ook een van de redenen waarom voorzitter Tom Vandamme van de Belgische wielerbond niet meer meereed na de Alpentocht. Het is te individueel.
Het is opwarmen in de lokale neringdoenerij. We zijn bijna 100km ver. De rappe mannen zijn er wat later vandoor. Wij vertrekken met Charel, Kim, Paul, Bjorn, Luc en Maritza. William rijdt 200 meter voor ons uit. Mooi groepje en samen verwerken we de moeilijke volgende 45km. Links van de weg staat Frederik die de tweede helft wegens knieproblemen skipte. Of we ons niet willen verwarmen. Bert en ik willen dat wel en in de veronderstelling dat ook de rest dat zou doen stappen we het cafeetje binnen waar Hans en Filip ook zitten. Tot mijn verbazing rijdt het groepje verder door, zonder iets te zeggen of te communiceren. Dat stelt me wel teleur. Dat niemand eraan dacht om even te zeggen dat ze door zouden rijden. Dat je alsnog kon aanpikken. Hans en Filip vertrekken ook meteen, gevolgd door Bert. William verorbert een broodje met vanillecrème. Ik probeer alsnog te vertrekken en vertel met enige wanhoop (dixit Bert) dat ik zal proberen ons groepje nog bij te halen. Tevergeefs. Alleen 50 km door de regen en een toch zeer heuvelachtige maar saaie baan. Ik rijd plat op 10km van Santiago. William ook trouwens. Gelukkig komt de allerbeminnelijke Leo me met de wagen oppikken in casa Lorenzo.
De Camino Primitivo was niet zo’n goed idee Kim. Op de grote baan wordt het tempo opgedreven door Frans en Kenny, Tot de eerste echte klim, de snelle mannen zijn weg. Die zijn we pas terug aan de finish, die zijn op eigen kracht langs de baan iets gaan binnen spelen. Ze reden gewoon te snel om de bevoorrading mee te pakken. We bollen met Paul Van Gistel, Kim, Hans en Willy. Na 80km krijgen we ook honger en Hans sommeert Michael en Leo om te picknicken in het eenmansdorpje San Felix. Af en toe komt de zon aarzelend piepen maar echt overtuigend is het niet. Rudi en Paul kruipen traditioneel halfweg in de wagen bij Leo. Kan ze geen ongelijk geven. Wat volgt is immers niet evident.
In de langste klim die ik met Frederic wat vroeger aanpak, begint het halfweg te regenen. ‘Zoem’ zegt Hans en hij is weg, Mark is de rappe mannen niet gevolgd, wou toch nog wat eten, en bolt gezwind mee naar boven. Ook Paul Van Gistel is duidelijk in topvorm. Hans is voor mij boven op de Puerto de Palo. Op 1.134 meter hoogte is het behoorlijk koud en we vliegen dan ook snel naar beneden. Filip is een sterke afdaler, ook in de regen.
My God, het begint volop te ‘drashen’ zoals Frans zegt. Striemende regen tegen voorhoofd en ogen. Soms zie je nauwelijks de weg. Voor zover het kan, dalen we voorzichtig maar wegvast. De brug over en dan beginnen we aan de laatste klim met nog es 200 hoogtemeters zodat we alsnog aan die beoogde 3.000 hoogtemeters geraken.
Dat het wat zou gaan regenen, zo heel de dag, tja, maar dat het op het einde ook zou gaan gieten in Oviedo, dat was toch niet zo evident. En dan hebben we het nog niet over de talloze neepjes.
Frans neemt zoals steeds de kop. Enfin, zoals steeds, gisteren nam de Chris Lapauw 25km kop. Net daarvoor werd hij gespot bij de apotheker om de hoek… Of die pillen ook vandaag nog bijwerkten? Hij klopte iedereen bij de aankomst bij confeteria Las ‘Palmares’ in Colunga, na drie forse maar korte beklimmingen (uiteraard voor klimgeiten Chris NL en Bert). Chris LasPalmares was in de wolken en glunderde. Hans en ik hadden onderweg een robbertje uitgevochten, pikten nog Bjorn op, maar zonder winnaar.
Een pittig ritje, werd gezucht toen we hotel Faro San Vincent binnenreden. Onze routeplanner Kim had inderdaad voor een bijzonder mooi maar weinig ontspannend toertje uitgetekend van 175km en rond de 3.000 hoogtemeters. En zo vertelde, Kenny, ‘er zaten twee neepekes in’, een eufemisme voor twee razend steile klimmen met percentages rond de 25 procent.
Het is kreuchen en trekken, het stuur komt wel eens van de grond. De neepekes duren deksels lang. Overigens had Kenny zelf ook last van neepekes, vooral z’n achterband die averij opliep op een steen en vervangen moest worden. In de achtergrond heeft bakkertje Paul die lastige ochtendrit goed afgewerkt. Chapeau!
Mooie bijzonder groene streek en dus leek het wel te gaan regenen, maar het bleef gelukkig droog, wel niet al te warm met zo’n 18 graden. Enkel op de lunch na 100 km in café Ruygo pakte de zon even uit en werd het zowaar 27 graden. Het was al gezegd maar onze Willy is echt wel in vorm en regelmatig mee vooraan op de klim. Wat 18kg vermageren niet vermag… Nog op weg naar San Vincent reden we langs een meer ‘Ria del Capitan’. Nee hoor, ‘Ria El Capitan’ lachte Bert waarmee hij verwees naar ten huyze Vets. Die zit ook goed en zal niet moeten wachten tot z’n zege op de vierde dag. Zoveel is duidelijk. Maar eerst moet de koers nog gereden worden natuurlijk. Morgen naar Orviedo. Ben benieuwd.
En ook Brussels Airlines zat op haar tandvlees met bijna een half uur vertraging. Maar toch een uitgelaten bende in hotel Sondika (wat een vrij onbekend hotel moet zijn want de meeste taxichauffeurs hadden er nog nooit van gehoord, zowel vanaf de luchthaven als vanuit het centrum van Bilbao). Sommigen brengen de middag keuvelend door in het hotel, anderen kiezen toch voor kunst met een grote K en bezoeken het fascinerende Gugenheim museum.
Onze noorderbuur Chris die met een onwaarschijnlijk grote fietsvalies op de proppen kwam, pakt niet alleen uit met z’n traditioneel poederzakje Brinta, maar ook met een miniscuul post-it-tje met alle weektoertochten van de Ritsers waarvan hij nu aan de 5de trip begint. Tarbot, kabeljauw en een stevige entrecôte passeren de revue met een heerlijke rode wijn met dezelfde naam als Victor-naam van het hotel. Kinesist Philip kijkt op de weerkaart. ‘Niet nodig’, zegt de opdienster, ‘het regent hier altijd’. Morgen wordt het droog, verzekert onze grote leider. We zullen hem maar geloven zeker?

